
Mumbai, mijn geboortestad, een miljoenenstad aan de westkust van India, is een bruisende, sterk groeiende en snel ontwikkelende stad. De Britse invloeden zijn overal nog te vinden. In deze immense stad leeft een groot deel van de bevolking nog steeds in armoede. De armoede is elke dag weer zichtbaar aanwezig in de straten (bedelaars) en in de vele krottenwijken. Veel ouders zijn niet in staat om hun kinderen een fatsoenlijk bestaan te geven of zelfs maar eten te geven. Daarom zwerven er duizenden kinderen in de straten van Mumbai, verstoten, verdwaald of weggelopen op zoek naar een beter bestaan. Vele van deze kinderen worden vaak opgevangen door de politie en naar een van de tientallen noodopvang tehuizen gebracht. Deze tehuizen (vaak oude gevangenissen) zitten honderden kinderen en jeugdige delinquenten, dag in dag uit, opgepropt in kale barakken zonder meubilair, zonder vermaak en weinig voedsel, hopend, vaak tevergeefs, dat een familielid ze komt ophalen.
Ik was zo’n kind. Toen ik 3 bijna 4 jaar oud was, zwierf ik alleen door de straten en sloppenwijken van Mumbai. De politie vond mij alleen, ondervoed en verwilderd in een trein en bracht mij naar een noodopvang in de wijk Dongri in Mumbai (een voormalige Britse gevangenis), waar honderden andere kinderen, zoals ik, opgesloten zaten. Nauwelijks eten, geen stromend water, geen sanitair, geen activiteiten. Eten, slapen en je behoefte doen, alles vond plaats in dezelfde ruimte.
Ik voel nu nog hoe verschrikkelijk uitzichtloos en deprimerend deze omgeving was.
Afgelopen jaren ben ik een paar keer naar Mumbai terug geweest. Ik heb dankzij mijn lokale vrienden het tehuis in Dongri kunnen bezoeken. Daar stond ik dan, zo’n 40 jaar later en het was alsof de tijd had stil gestaan. De directrice, een gepassioneerde en inspirerende vrouw van midden dertig, is nu verantwoordelijk voor het reilen en zijlen van dit kindertehuis. Zij doet er alles aan om de honderden kinderen een beter bestaan te bieden. Haar middelen zijn echter zeer beperkt en er is een enorme behoefte aan hulp. Er is een groot gebrek aan fatsoenlijke huisvesting, sanitair, eetgelegenheid, onderwijs(middelen), medische voorzieningen etc. De behoefte aan fatsoenlijke leefomstandigheden voor de kinderen is enorm. Zonder hulp van buitenaf zal dat niet lukken.
In 2020 heb ik samen met een goede vriend, het project Jamil’s Home gestart. Want ik geloof dat wij het verschil kunnen maken. Dankzij de steun van de stichting Jean Meusen en andere sponsoren, hebben wij €15.000 opgehaald en daarmee de grote eetzaal en keuken van de noodopvang in Dongri gerenoveerd.
Bij dit project hoort een fotoserie.
Klik hier voor de fotoserie van de renovatie
Het volgende project zal zich richten op het verbeteren van de medische voorzieningen voor de kinderen in de noodopvang in Dongri.
